stamboom ALLES

 

 

 

DTB  Beemster Trouwen RK  1807, 10 januari:
Maarten Janse Alles
, Jonge Man geboren in de Rijp met Maartje Cornelis Bakker, Jonge Dochter geboren In de Purmer, beijde in de Beemster woonagtig  zijn  getrout voor den Geregte van de Beemster des 25 Januarij en hebben hun trouacte ontvangen. Beijde Rooms

                     

Het gezin Maarten Alles verhuist naar Drenthe 
Nederland was in het begin van de negentiende eeuw, na de Franse overheersing, sterk verarmd. Veel gezinnen leefden in de steden en op het platteland in kommervolle situaties. Het is de verdienste van Johannes van den Bosch geweest, dat hij dit probleem onderkende en dat hij ook daadwerkelijk stappen ondernam om te trachten armoede uit te bannen. In 1818 werd door hem de Maatschappij van Weldadigheid opgericht en hij kocht in Drenthe woeste grond aan zodat de armen deze konden ontginnen. De maatschappij bouwde vervolgens definitieve kolonies, bestaande uit kleine koloniehuisjes met een beetje grond. Die huisjes stonden op regelmatige afstand van elkaar langs kaarsrechte wegen. De kolonies I en II werden later omgevormd tot het dorp Frederiksoord, de andere kolonies tot de dorpen Willemsoord (in Noordwest-Overijssel) en Wilhelminaoord en Boschoord.
Voor de kolonisten betekende plaatsing in de zogenaamde “vrije kolonies” een geweldige ingreep in hun leven. Velen werden letterlijk vanuit de grote stad ‘overgeplant’ in een voor hen vreemde omgeving als het Drentse platteland. Sommigen wisten zich goed te redden, maar anderen keerden weer graag terug naar de plaats van herkomst.

Maarten Alles en zijn vrouw Marijtje Cornelisdr Bakker zijn uitgekozen door de subcommissie van weldadigheid Purmerend om aan dit project mee te werken. Het stel verklaart bereid te zijn een nieuwe start te maken in het verre Drenthe. Midden maart 1820 maken ze met hun zes kinderen en de volgende op komst, de reis over de Zuiderzee.

Maar een paar dagen later meldt de directeur vanuit Frederiksoord: "Heden is in de kolonie aangekomen: Beemster / Maarten Alles met 5 of 6 kinderen, zijnde zijne vrouw op weg aan de gevolgen eener ontijdige verlossing overleden. De kinderen zijn nog zeer jong".

Huishoudster
Na die slechtst denkbare start begint het koloniebestaan van Maarten en de kinderen Johannes, Kornelis, Pieter, Grietje, Aaltje en Klaas van respectievelijk ongeveer 13, 12, 9, 6, 4 en 3 jaar oud. Daarmee heeft Maarten Alles in huis meer handenbindertjes dan helpende handen en de kolonie-directie besluit ‘deze man eene huishoudster toe te zeggen Dat lijkt voor elkaar te komen: ‘de subcommissje uit de Beemster schijnt wel gelegenheid te hebben aan het verlangen van hare kolonist te voldoen Maar als daar een huishoudster gevonden is, blijkt men er een van de verkeerde godsdienst te hebben geselecteerd: "De huishoudster aan den kolonist Alles toegedacht zou zeer welkom zijn, maar dewijl hij tot de roomsche kerk behoort zal dit niet kunnen doorgaan".
Er wordt dan een katholieke huishoudster gevonden in de directe omgeving van de kolonie: Dirkje Winters uit Steenwijk, ongeveer 26 jaar, zal zorg gaan dragen voor het huishouden en de verzorging van de kindjes Alles.

Zoals in de geschiedenis wel vaker voorkomt, blijft het huishoudsterschap niet beperkt tot licht huishoudelijk werk. Na twee jaar brengt de koloniedirectie enkele verzoeken van kolonisten over, waaronder: ‘Dat van den kolonist Alles uit kol. no.2 hoeve no.50 de vrijheid tot het aangaan van een wettig huwelijk met Dirkje Winters van Steenwijk, welken bij hem sedert eenigen tijd als huishoudster heeft gedient".

Januari 1823 trouwt de dan 43-jarige Maarten Alles met de dan 28-jarige Dirkje Winters. Maar nog in hetzelfde jaar dat de kinderen Alles een nieuwe (stief)moeder hebben gekregen, verliezen zij hun vader. Acht maanden na het huwelijk overlijdt Maarten Alles. "Deze man" schrijft de directeur, "laat na zes kinderen en eene tweede vrouw; die stiefmoeder schijnt van mening te zijn de kolonie en de zes kinderen haars overleden mans te verlaten".
Het is niet slechts een voornemen van Dirkje Winters. Al twee weken daarna wordt vanuit Frederiksoord gemeld, dat de wed. Alles van kolonie no.2 de kolonie reeds heeft verlaten.

De directie zoekt en vindt iemand die voor de verweesde kinderen kan zorgen. Reinoudje of Reijnildis Bakker is in de kolonie gekomen vanuit Texel, zij is ongeveer 35 jaar en zelf al vanaf haar negende levensjaar wees. De manier waarop de directie over haar schrijft, duidt op algemene tevredenheid over haar goede zorgen voor de kinderen. Maar ook zij heeft - net als eerder Dirkje Winters - een eigen toekomst en eigen toekomstplannen. Maart 1825 schrijft de directie: ‘Den kinderen van wijlen kolonist Alles kol. no.2 was sedert eenigen tijd als hoofd des huisgezins met goed gevolg toegevoegd, de kolonist Reinoudje Bakker van Texel, dan daar deeze zich thans na bekomene authorisatie der Perm. Kommissie met den kolonist Nieuwenhuis in het huwelijk begeeft, komen gen. Wezen weder zonder opzigt’.


Kolonistenwoning in Willemsoord

 

Tegen die tijd is er een voorziening voor wezen. Na de oprichting van Frederiksoord is de Maatschappij van Weldadigheid nog een paar jaar op dezelfde voet doorgegaan. In 1820 werd de kolonie Willemsoord gesticht en in 1821 Wilhelminaoord. Al met al zijn er in die tijd zo'n 400 kleine hoeves met elk een lapje land tot stand gekomen. Daarna ging men over tot wat we tegenwoordig ‘schaalvergroting’ noemen.


Gesticht voor wezen te Veenhuizen
Op diezelfde Ommerschans waar ook de strafkolonie gevestigd is, werd in 1822 een gigantisch gebouw opgetrokken waar 1000 bedelaars gedwongen opgenomen werden. Na een verbouwing merkte men dat er ook 1200 in pasten. En in 1823 en 1824 werden drie grote gestichten gebouwd in de buurtschap Veenhuizen. Eentje ook voor bedelaars en twee voor ‘weezen, vondelingen en verlatene kinderen".

En op 25 maart 1825 reizen de kindjes Alles vanuit Frederiksoord 30 kilometer naar het noorden, naar het ‘eerste gesticht" of "Veenhuizen I". Johannes, net 18 geworden, Kornelis van 17, Pieter van 13 en Klaas van 8 jaar komen op een jongensslaapzaal, de 11-jarige Grietje en de 9-jarige Aaltje op een meisjesslaapzaal. Ze spreken elkaar alleen door het hek dat over de binnenplaats loopt en dat het jongensdeel van het meisjesdeel scheidt.
Ze bevinden zich in dat eerste gesticht te midden van 1500 lotgenoten. Toezicht wordt gehouden door oudere kolonisten die lang niet altijd een vlekkeloze reputatie hebben. Bovendien worden bij tijd en wijle de gestichten getroffen door besmettelijke ziektes die dodelijke slachtoffers eisen.

Na de dood van hun vader in 1823 werden de wezen 25 maart 1825 ondergebracht in het wezengesticht Veenhuizen

Terug naar de Beemster
Maar dan, na een half jaartje Veenhuizen, komt er eindelijk een keer goed nieuws. Een brief van de subcommissie van weldadigheid Beemster: "Aan de kinderen van wijlen Maarten Alles en Marijtje Bakker, in der tijd echtelieden, welke kinderen van wege deze gemeente, in de kolonie Frederiksoord zijn geplaatst, is uit de nalatenschap van wijlen den Heer Bernardus Spekken te Rotterdam, een, voor hunne omstandigheeden, vrij aanzienlijk legaat opgekomen, met bijgevoegde begeerte, dat opgem. kinderen uit de vruchten van het zelve tot eenig bedrijf zouden worden opgeleid, en onder het opzicht van daartoe gestelde voogden gebragt".
Kort daarop keren de kinderen Alles, na vijf en een half jaar verblijf in de kolonie, terug in de Beemster. Voor zover te achterhalen allemaal gezond.

Bronnen: Schackmann, Wil. De proefkolonie uitg. Mouria, Amsterdam, 2e druk 2008, ISBN 978-90-458-0061-5
http://www.drenlias.nl/, www.mvwfrederiksoord.nl,
http://historiek.net/wees-werkpaard-de-kinderkolonie/63928/#.V-pJ-dShogU.facebook

 

 

Stamboom Alles: >>

^